Gezondheid 

TITEREN EN VACCINEREN:

Bij ons worden de honden getiterd, titeren wil zeggen dat de antistoffen die in het bloed aanwezig zijn gemeten worden, dit gebeurd aan de ha,d van een afname van een druppel bloed die dan geanalyseerd wordt. 

De pups krijgen, wanneer de moeder genoeg antistoffen heeft voor Distemper, Hepatitis en Parvo, maternale antistoffen vanuit de biest. Daardoor zijn de pups een tijdje beschermt tegen Parvo, Distemper en Hepatitis. Met 6 weken is de maternale immuniteit nog volop aanwezig en heeft de vaccinatie die meestal gegeven wordt, dus geen zin. Je kan niet meer immuun dan immuun zijn, dit wil dus zeggen dat er -onnodig- een chemische vaccinatie in het lichaam van de hond wordt geïnjecteerd. 

Het wil dus ook niet zeggen dat als uw hond jaarlijks gevaccineerd wordt dat deze ook effectief beschermd rondloopt. Wat vele mensen dus ook niet weten is dat er eigenlijk ook heel wat nare bijwerkingen verbonden zijn aan deze inentingen, echter geven dierenartsen deze vaak niet aan bij de merken van de vaccinaties omdat dit een hele onduidelijke procedure is, waardoor er dus bijwerkingen zijn die door het merk van vaccinatie niet erkend worden. 

Onze pups zullen ongeveer op 6 à 7 weken getiterd worden, afhankelijk van deze resultaten zullen de pups al dan niet ingeënt worden. Indien de pups toch een enting nodig zouden hebben bij een van de titers (deze gebeuren net zoals de inentingen elke 3 weken vanaf de leeftijd van 6 à 7 weken) zal er twee weken na deze enting nog een titertest plaatsvinden om te kijken of deze enting is aangeslagen. Is deze enting aangeslagen zal de pup voor een jaar worden afgetekend, na een jaar wordt er opnieuw getiterd en zal men weer kijken hoeveel antistoffen er aanwezig zijn, blijkt hieruit dat er voldoende antistoffen aanwezig zijn, is de kans groot dat de hond voor zijn hele leven beschermt is. Toch zal er voor de zekerheid aangeraden worden om vanaf dan elke 3 jaar te titeren ter controle, je weet maar nooit. 

Helaas wordt er op de rabiës inenting nog niet getiterd, pups die naar het buitenland vertrekken of shows zullen lopen dienen hiervoor met 12 weken ingeënt te worden. Aangeraden is om de rabiës vaccinatie apart van de andere vaccins te laten zetten (indien deze nodig zouden zijn), de combinatie van de vaccins kan nog wel eens meer bijwerkingen geven dan nodig.

Bijwerkingen:

LEPTOSPIROSE VACCINATIE:

Voor je de vaccinatie voor Leptospirose zomaar laat prikken lees dan even Het verhaal van LAIKA , door op de hyperlink te klikken kom je terecht bij het verhaal van Laika.

Wanneer er na het titeren geadviseerd wordt om de DHP, DP of Parvo enting te geven, laat je dan zeker verstaan dat je niet wil dat de L4 enting aan je hond wordt gegeven, ik weet dat dierenartsen hiervoor vaak aandringen of je toch proberen te overtuigen maar denk aan de gezondheid van je hond. De DHP, DP en P enting worden heel vaak verdunt met de L4 als emulator, laat je niet wijsmaken dat dit de enige mogelijkheid is want dit is absoluut niet waar, er is een mogelijkheid om een emulgator zonder entstoffen te gebruiken waardoor de L4 enting echt niet nodig is.

 

KENNELHOEST: 

Een kennelhoest vaccinatie gebeurd vaak aan de hand van een neusdruppel, bij deze vaccinatie wordt het kennelhoest virus rechtstreeks in de neus gedruppeld wat dus maakt dat de hond eigenlijk ziek gemaakt wordt. Bij ons wordt ook deze vaccinatie niet gegeven omdat na deze vaccinatie het virus nog 5 weken kan overgedragen worden op anderen honden. In een huishouden met meerdere honden die op andere tijdstippen moeten geënt worden kan het wel eens goed zijn dat de anderen dus ziek worden van de vaccinatie. 

 

EEN VACCINATIE WIL NIET ZEGGEN DAT JE HOND IMMUUN IS VOOR DE DESBETREFFENDE ZIEKTE. 

Vaak kunnen de honden de ziektes nog wel oplopen maar in een minder ernstige vorm. 

 

ONTWORMING: 

Bij ons worden de honden "preventief" behandeld tegen wormen met natuurlijke ontwormingsmiddelen, te verkrijgen bij DOBBY DOG

Preventief ontwormen werkt eigenlijk niet, wormen kunnen enkel behandeld worden als deze aanwezig zijn. Frequent ontwormen met natuurlijke ontworming zorgt ervoor dat moesten er toch wormen voorvallen dat deze onmiddellijk behandeld worden. 

Slakken kunnen longwormlarven of eitjes met zich meebrengen, ik denk niet dat ik moet vertellen dat deze dodelijk kunnen zijn. Merk je op dat je hond alsnog een slak likt of aanraakt, geven wij een behandeling Panacur, dit is één van de weinige ontwormingsmiddelen die ook echt de variant longworm behandeld.

 

VLOOIEN EN TEKEN: 

Ter preventie en behandeling van vlooien en teken wordt er bij ons gebruik gemaakt van de STOP! Animal Bodyguard aromatherapie, dit product bestaat uit natuurlijke ingrediënten die niet schadelijk zijn voor de hond. Natuurlijke middelen blijven dan ook werken doordat hier aroma's inzitten die de teek of vlo niet fijn vindt ruiken en daarom dus niet op uw hond zal springen. Verder verkopen ze van STOP! Animal Bodyguard nog een omgevingsspray die volledig veilig is voor huisdieren en een vlooienshampoo moest het toch voorvallen dat je hond met vlooien zit. 

Op de markt bestaan er verschillende spot-on producten ter bescherming tegen vlooien en teken, deze middelen zorgen ervoor dat het zenuwstel van de parasieten wordt aangetast. Als een middel het zenuwstel van meerdere parasieten aantast kan ik me ook niet voorstellen dat dit goed is voor de hond als dit wordt opgenomen in het bloed. Bovendien reageren er ook erg veel honden allergisch op en zijn vele parasieten hiervoor immuum.

Verder en zeker niet onbelangrijk bestaan er op de markt pilletjes die vlooien en teken tegen gaan, zoals BRAVECTO en NEXGARD. Deze pilletjes staan gekend voor het veroorzaken van epileptische aanvallen. Meer informatie over deze producten kan je vinden op de facebookgroep "Is Bravecto veilig" of lees het verhaal van Yentl

 

PATELLA LUXATIE (PL): 

De knieschijf, ofwel patella, ligt normaal gesproken in een kraakbeensleuf aan het onderste gedeelte van het bovenbeen. Bij patella luxatie schiet deze van zijn plaats (naar binnen of naar buiten). De knieschijf heeft een belangrijke functie in het mechanisme van de kniebuiging. Bij een luxatie van de knieschijf valt deze functie weg. Daardoor kan de hond niet meer goed op dit been steunen.

Oorzaken:

  • Erfelijkheid
    Genetisch bepaalde anatomische afwijkingen veroorzaken de patella luxatie. Zo kan de tibia (het stukje bot waar de kniepees aan vast zit) te veel naar binnen staan waardoor de knieschijf buiten de kraakbeensleuf gedwongen wordt.
  • Traumatisch
    Door een ongeluk kunnen een of meerdere bandjes afscheuren die normaal de knieschijf op zijn plaats houden
  • Tgv lichamelijke afwijkingen
    Andere aandoeningen kunnen ervoor zorgen dat de knieschijf losser in de kraakbeensleuf ligt. De ziekte van Cushing is zo’n voorbeeld. Door verslapping van de pezen en spieren wordt de knieschijf niet vast genoeg meer in de sleuf gehouden. 

Gradaties:

Patellaluxatie kan in verschillende gradaties voorkomen; van heel af en toe tot permanent op de verkeerde plaats. We maken de volgende onderverdeling hierin;

  • Graad 1
    De knieschijf is te luxeren bij een gestrekte poot de knieschijf met de hand te verplaatsen. Wanneer de poot weer in de normale stand staat schiet de knieschijf vanzelf weer terug.
  • Graad 2
    Hierbij schiet de patella er regelmatig naast en blijft dan in geluxeerde positie voor kortere of langere tijd. Sommige honden “zetten” de knieschijf zelf weer op de plaats door de poot naar achteren te strekken. Door het regelmatig op en af schieten van de knieschijf ontstaan kraakbeendeformiteiten, artrose en afvlakking van de kraakbeensleuf.
  • Graad 3
    De knieschijf is permanent geluxeerd, wanneer de knieschijf weer in de goede positie gezet wordt schiet deze er vanzelf weer uit. De kraakbeensleuf is ondiep of zelfs afgevlakt. De poot wordt wel belast maar staat vaak in doorgebogen positie.
  • Graad 4
    De knieschijf is permanent geluxeerd en de kraakbeensleuf is afgevlakt of schuin aflopend. Honden houden de poot omhoog of bij beiderzijdse luxatie lopen ze extreem afwijkend wijdbeens. 

Behandeling:

De behandeling van de patella luxatie is afhankelijk voor de graad en de oorzaak van de luxatie.

Niet alle gradaties dienen operatief behandeld te worden, bedenk hier dan dat zo veel mogelijk ontlasten doch gecontroleerde opbouw van de spieren toch belangrijk is, dit kan bv. d.m.v. hydrotherapie. Toch is het zeer waarschijnlijk dat, door de regelmatige luxaties, een pijnlijk gewricht ontstaat. Bovendien kunnen hierdoor botafwijkingen ontstaan waardoor de luxatie steeds erger wordt. 

Afhankelijk van de graad van de luxatie en het advies van de dierenarts kan er voor de volgende operatieve ingrepen gekozen worden, ook combinaties van deze methoden worden gebruikt;

  • Strak hechten van het kapsel, hierdoor kan de knieschijf minder snel luxeren
  • Uitdiepen van de kraakbeensleuf, hierdoor valt de knieschijf dieper in de sleuf en zal minder gemakkelijk luxeren.
  • Teugeltechnieken, hierbij kunnen teugels van onoplosbaar materiaal gebruikt worden om de knieschijf op de plaats te houden en/of de aanhechtingsplaats van de kniepees in de goede positie te houden.
  • Transpositie van de aanhechtingsplaats, hierbij wordt de aanhechtingsplaats van de kniepees losgebeiteld en in de goede positie teruggezet met pinnetjes.
  • Uitgebreide botchirurgie, in enkele gevallen zijn de anatomische afwijkingen van dien aard dat complete standscorrecties nodig zijn.

 

Onze honden worden getest op PL, de uitslagen hiervan zijn in te kijken bij een bezoek.

 

HEUPDYSPLASIE (HD):

Heupdysplasie is een aandoening die veel bij honden voorkomt. Het betekent dat de heupen abnormaal zijn gevormd. De heupkoppen passen hierdoor niet goed in de heupkommen. Dit veroorzaakt pijn en vaak problemen met lopen, het wil ook niet zeggen dat als er aan de buitenkant niets te zien is, dat er ook geen heupdysplasie aanwezig is, hiervoor kan een röntgenonderzoek uitsluitsel geven.

Een indicatie voor de kwaliteit van de heupgewrichten is de zogenaamde "Norbergwaarde". Hoe hoger de Norbergwaarde, hoe dieper de kop van het bovenbeen in de kom van de heup zit. Als de kop diep in de kom zit, dan zit dat vaak goed stevig en is er minder kans op botwoekeringen en andere problemen. Bij een normaal heupgewricht ligt de Norbergwaarde vaak tussen de 30 en 40. Een hond met een lage Norbergwaarde heeft ondiepe heupkommen en/of een slechte aansluiting van de gewrichtsdelen en kan vaak niet meer de hoogste score (A) halen, in uitzonderlijke gevallen zijn de heupen toch van voldoende kwaliteit dat er een HD A kan worden toegekend.

Oorzaken:

  • Erfrelijkheid
  • Te veel beweging als pup
  • Verkeerde beweging als pup
  • Te snelle groei
  • Overgewicht bij de pup
  • Verkeerde voeding

Gradaties:

  • HD A (=negatief): je hond is op basis van de röntgenfoto vrij van HD; dit betekent niet dat je hond geen "drager" van de afwijking kan zijn.
  • HD B (=overgangsvorm): op de foto’s zijn kleine veranderingen zichtbaar die het gevolg zijn van heupdysplasie.
  • HD C (=licht positief) : je hond laat duidelijke veranderingen zien die passen in het ziektebeeld van HD. 
  • HD D (=positief): je hond laat duidelijke veranderingen zien die passen in het ziektebeeld van HD.
  • HD E (=positief in optima forma): de heupgewrichten zijn ernstig misvormd.

Houd er rekening mee dat een HD A uitslag niet betekent dat je hond nooit last zal krijgen van HD. Omgekeerd betekenen duidelijke misvormingen ook niet dat de hond er beslist last van zal krijgen. Het is wel verstandig om er op te letten dat je (de heupgewrichten van) je hond niet te zwaar belast. 

Behandeling:

Heupdysplasie zorgt voor pijn. Dit moet dus worden aangepakt. De meest gebruikte medicatie zijn de niet steroïde ontstekingsremmers. Hiermee wordt de pijn gestild. Daarnaast wordt ook de ontstekingsreactie in het gewricht aangepakt. Naast de pijnstilling en ontstekingsremming moet naar het bewegingspatroon van uw hond gekeken worden en moet uw hond een gezond gewicht krijgen of houden. Eventueel kan deze behandeling worden gecombineerd met fysiotherapie waarbij gewerkt wordt aan de spieropbouw. Eventueel kunnen voedingssupplementen worden gegeven die de gewrichten ondersteunen. Denk hierbij aan omega-3 vetzuren en/of glucosamine/chondroitine sulfaat en producten die specifiek werken op het moment dat er kraakbeenschade is.

  • Juvenile pubic symphysiodesis: Deze techniek kan bij hele jonge honden (12-18 weken oud) worden uitgevoerd. Door deze ingreep zou de groei van het bekken worden aangepast, waardoor het gewricht zich beter zou ontwikkelen. Deze ingreep wordt niet vaak uitgevoerd, omdat pups op deze leeftijd vaak nog geen klachten laten zien en de diagnose dus lastig is te stellen. Ook weet u op dit moment niet of uw pup daadwerkelijk last gaat hebben van heupdysplasie.
  • De bekkenkanteling (triple pelvic osteotomy of TPO): Deze operatie wordt alleen gedaan op het moment dat er nog geen botveranderingen zijn ontstaan en de heupen niet te ver uit de kom liggen. Het bekken wordt hierbij operatief op 3 plaatsen gekanteld, zodat er een betere aansluiting ontstaat tussen heupkop en heupkom. Als alternatief op deze ingreep kan worden gekozen voor de ‘double pelvic osteotomy’. Na deze operatie is er meer stabiliteit in het bekken direct na de operatie en herstelt de hond sneller.
  • Heupkop resectie: Bij deze operatie wordt de heupkop verwijderd. De spieren en het kapsel rond het heupgewricht gaan de heup stabiliseren. Deze operatie kan ook worden uitgevoerd als er al botveranderingen zijn, maar is minder geschikt voor honden van grotere/zware rassen.
  • Kunstheup: Als laatste optie kan er nog een kunstheup worden geplaatst. Dit is een dure operatie, maar kan goed helpen op het moment dat er veel artrose is gevormd in het gewricht.

 

Ook hierop worden al onze honden getest, resultaten hiervan kunnen worden ingekeken bij een bezoek.